Het signalement dat bij deze webstek hoort vindt u hier

7, 04/2007 - Franel

Kronieken taalvaardigheid op ´t web - kroniek: 7
Johanna Roodzant (Duisburg-Essen) en Arthur Verbiest (Madrid)

Franel

Ruim twee jaar oud is de elektronische leeromgeving Franel nu. Dit kind van de grensoverschrijdende samenwerking tussen de KU Leuven/campus Kortrijk en de universiteit Lille III onder leiding van hoogleraar Piet Desmet is, ondanks de jonge leeftijd, met recht een volwassene te noemen op het gebied van studie via internet. Niet alleen qua omvang en inhoud maar ook wat betreft technologie en didactische insteek is Franel behoorlijk uit de kluiten gewassen. Met behulp van authentieke televisie(journaal)fragmenten van de drie regionale televisiezenders uit de Frans-Belgische grensstreek en een serie oefeningen ter voorbereiding en verwerking kan FRAns dan wel NEderLands geleerd worden, vandaar de naam. Het geheel is ingebed in een ruim opgezet samenwerkingsverband Lingu@tic dat door de Europese Unie en de regionale overheden financieel ondersteund wordt. Tijd voor ons om eens een kijkje te nemen. We beperken ons in deze bespreking tot het gedeelte Nel. 

De webstek
Een guitig, geel en van ogen voorzien spreekballonnetje knippert je vriendelijk toe wanneer je op de sobere, witte thuispagina komt. Boven en onder staan de logo’s van de vele samenwerkende instanties, links is de rode knop Fra te vinden en rechts de knop NeL die ons het meest interesseert. We komen dan op een beginpagina waarbij het vriendelijke spreekballonnetje ons welkom heet en enige aanwijzingen geeft, waar een handleiding in PDF-formaat of als video opklikbaar is, de systeemeisen van je computer beschreven staan en twee leermodules als demo voor het Frans en Nederlands beschikbaar zijn. Na het bekijken van deze demo is registreren verplicht maar – gelukkig - geheel kosteloos. Het aanmelden verloopt vlot en het wachtwoord wordt snel per mail toegestuurd, waarna je aan de slag kunt. Ook groepen of klassen kunnen worden aangemeld, waarbij Franel dan zorg draagt voor het bijhouden van de leerprestaties, hetgeen een pluspunt voor de (groeps)docent kan zijn.

Het lettertype, de kleurschakeringen, de rode band boven elke pagina, het uitklapbare menu links, het aardige tekstballonnetje met de knipperende oogjes, de vensters met videofragmenten, de knoppen, alles ziet er goed verzorgd en fraai ontworpen uit.

De structuur
Er zijn in totaal tien televisiejournaalfragmenten, onderverdeeld in de rubrieken vrije tijd, kopen en verkopen, natuur en milieu en werk, steeds met een lengte van twee à drie minuten. De fragmenten gaan over onderwerpen die te maken hebben met de grensstreek, zoals een zwembad in België waar veel Fransen op afkomen of een ernstig vervuilde waterweg die beide landen doorkruist, maar ze zijn ook voor buitenstaanders onderhoudend genoeg. Bij de meeste fragmenten staat tussen haakjes A2 of B1, waarbij we aannemen dat het hierbij gaat om de moeilijkheidsgraad volgens het Europees Referentiekader, maar dat wordt nergens met zoveel woorden gezegd.

Vóór het kijken en luisteren is er steevast een voorbereidende opdracht aan de hand van een foto, een kaartje of een introductiefilmpje, zodat de taalleerder al met de context kennismaakt en eventuele voorkennis mobiliseert. Als het videofragment eenmaal is bekeken, zijn er sleepoefeningen, stellingen en meerkeuzevragen onder het kopje algemeen begrip. Daarna komen de oefeningen voor gedetailleerd begrip aan bod met daarbij de mogelijkheid nog eens naar de video te kijken mét ondertiteling. Tevens worden aan de hand van opklikbare luisterfragmenten opdrachten gegeven over een specifieke zin of woordkeuze van de geïnterviewde(n). Als vierde onderdeel is er woordenschat waarbij de video met ondertiteling én vertaling bekeken kan worden. Daarnaast is er aandacht voor grammatica, taalhandelingen, spelling en uitspraak en als laatste nog aanvullend (le(e)s)materiaal. Bij de onderdelen woordenschat, grammatica en taalhandelingen kan de leerder met een druk op de knop een beroep doen op praktische fiches, PDF-bestanden met extra uitleg waarover later meer.  

De inhoud
Aan de ene kant is Franel inhoudelijk heel sterk omdat er gebruik is gemaakt van authentiek materiaal. In de reportages komen mensen uit de grensstreek aan het woord en hun manier van spreken is niet aangepast. Om de leerder tegemoet te komen zijn de fragmenten in bepaalde oefenfases ondertiteld en zelfs in stukken geknipt om ze als afzonderlijke geluidsbestanden aan te bieden. Deze hapklare brokken, om het maar oneerbiedig te zeggen, zorgen ervoor dat de leerder niet teveel in één keer krijgt, de begeleiding is optimaal en ook de vraagstelling in deze fase is helder en eenduidig. De bewerking van het authentieke materiaal is, zo vinden wij, het grote pluspunt van Franel.

Aan de andere kant is er nog wel wat af te dingen op de keuze van het soort oefeningen. Er is te vaak gekozen voor oefenvormen waarbij de taalleerder, na het beluisteren van een geluidsfragment, letters, woorden of hele zinnen moet invullen. Dat komt eigenlijk neer op een dictee en we zien daar op deze manier de toegevoegde waarde niet van. Ook bevreemdt het ons dat er bij het onderdeel spelling en uitspraak niet gekozen is voor een meer op de praktijk gerichte aanpak: het heeft toch weinig zin om de student woorden met een korte of lange klinker in kolommen te laten rangschikken? Hier zou een dicteevorm juist meer op zijn plaats zijn waarbij de leerder de klanken zou moeten herkennen, zo lijkt ons.

De grammaticale termen, instructies en praktische fiches zijn duidelijk voor Franstaligen gemaakt, wat gezien de doelgroep natuurlijk niet vreemd is, maar we vragen ons wel af waarom er niet ook een modus zonder contrasttaal is ontworpen, juist omdat veel oefeningen ook heel geschikt zijn voor niet-Franstaligen. Zij kunnen van grote delen van het materiaal zeker profiteren

De instructies zijn soms in het Frans (bij de onderwerpen op niveau A2) en soms in het Nederlands (bij de onderwerpen die gemarkeerd zijn met B1).

Didactische aspecten
De taalleerder kan zijn leren in belangrijke mate zelf sturen: het programma kan helemaal worden doorgewerkt in de volgorde zoals de makers die hebben bedoeld door te kiezen voor onze montage, maar door te kiezen voor de optie jouw montage kan er ook gericht aan bepaalde aspecten worden gewerkt. Ook wordt er allerlei materiaal ter beschikking gesteld, waarmee de leerder in andere contexten aan de slag kan, zoals de fiches pratiques/praktische fiches, die voornamelijk bestaan uit extra woordenschat Frans-Nederlands, en die mooi en duidelijk zijn vormgegeven en goed printbaar zijn.

Ook de uitstapjes op het web, bijvoorbeeld naar de site floralux.be (bij kopen en verkopen, zeg het met bloemen) zetten de studenten aan tot het zelfstandig gebruiken van authentiek materiaal als ondersteuning van hun eigen leren. Zonder een al te opgelegde instructie en met een eenvoudige zoekvraag worden de leerders het web opgestuurd om “Nederlands in het wild” te zien. Wie daarvoor terugschrikt, kan eventueel gebruik maken van de Franstalige versie van de floraluxsite, maar het wordt uitdrukkelijk ontraden.

Verder is er een sitografie, een pagina (in opbouw?) met links naar handig hulpmateriaal zoals de online versie van de Van Dale hedendaags Nederlands, Gramlink en de Nederlandstalige Wikipedia. Weliswaar voor de hand liggende hulpmiddelen, maar de beginnende taalleerder moet er wel een keer op gewezen worden. 

Technisch
Zoals vermeld in de beschrijving van de systeemeisen werkt Franel goed met Internet Explorer versie 6 of 7. Ook Mozilla levert geen noemenswaardige problemen op. Daarnaast zijn de Flash Player en QuickTime nodig maar voor de rest hoeven er geen bestanden gedownload of geïnstalleerd te worden. Door het intuïtief design zouden zelfs digibeten wel in staat zijn om de knoppen te bedienen, alles wijst zichzelf. Een vereiste is wel een snelle internetverbinding om het beeld- en geluidsmateriaal correct en zonder vertragingen af te spelen.

De meeste fragmenten werken foutloos al missen we wel een knop om naar het hoofdmenu terug te gaan en is het zelf steeds moeten wegklikken van de vensters met geluidsfragmenten na het afspelen wel even wennen. Af en toe kregen we een foutmelding en soms loste dit zich na stug dooklikken vanzelf op, soms echter ook niet. Voor de rest is het een probleemloze en laagdrempelige webstek waar een onervaren internetgebruiker absoluut niet bang voor hoeft te zijn.

Waar we ook heel blij mee zijn, is de duidelijke en logische notatie van de oefeningen. Je kunt op elk moment precies zien in welke oefening je bent en bij welk item. Zo is het voor studenten heel gemakkelijk om een vraag te formuleren voor een docent of een medecursist, elke oefening staat apart in het frame aan de linkerkant en is direct aan te klikken vanuit de modus jouw montage.

 

Conclusie
Met het materiaal op deze webstek kan niet alleen zelfstandig worden geoefend, het zet ook duidelijk aan tot verder grasduinen op internet. Er is een mooie mix gerealiseerd van “strikt” oefenmateriaal tot vrij surfen om de eigen interesses te volgen. De stap naar het zelfstandig bekijken van reportages uit bijvoorbeeld de mediatheek op www.vrtnieuws.net of het archief van www.omroep.nl is nu snel gezet. Hoewel het materiaal in alle opzichten is gemaakt voor een Franstalig publiek dat gericht is op Vlaanderen, kunnen ook andere leerders van het Nederlands er profijt van hebben en het kan docenten zeker aanzetten tot het ontwikkelen van vergelijkbaar materiaal voor de eigen studenten. Wat verder opvalt, is dat er overal veel te zien is. De visuele kant van het taalleren heeft hier duidelijk veel aandacht gekregen en dan denken we niet eens zozeer aan grappige tekeningen of leuke vondsten maar meer aan de filmpjes, de kaarten en de foto’s waar, veel van te leren valt. Cursisten worden door de introductieopdrachten ook actief aangespoord de foto’s en kaarten goed te bekijken. Hopelijk zet dat aan tot gericht kijken bij hun toekomstige (virtuele) bezoeken aan het Nederlandse taalgebied.